Er zijn veel mensen in onze fanfare de Dalgalmen die mij nauw aan het hart liggen. Vandaag echter is het tijd om één iemand in het bijzonder in de spotlights te zetten. Iemand die gezegd heeft, met spijt in het hart en omwille van begrijpelijke redenen – een beetje kort van adem, last van reuma : ‘Ik ga stoppen met de fanfare.’ Ondanks die begrijpelijke redenen waren velen met mij even met verstomming geslagen… Evarist Vercammen, onze Rist, gaat dieje stoppen met de fanfare?

Onze Rist IS de fanfare, ademt fanfare in en uit, en is 86 jaar geleden geboren in het huis waar onze fanfare toen haar repetities hield. Als jongen van 12 jaar reed hij op zijn fietsje naar de muziekschool in Aarschot, tegen het uitdrukkelijke verbod van zijn vader in. Zijn vader had daar trouwens goede redenen voor, want onze Rist is een keer halsoverkop terug naar huis moeten fietsen omdat hij in een regen van duizend bommen en granaten terecht kwam. Oorlog. Geen haar gescheeld of onze Rist had hier niet zijn 73 jaar muzikant kunnen vieren!

Persoonlijk nam ik aan dat Rist altijd tuba heeft gespeeld, ik heb hem immers nooit anders geweten dan zowat vergroeid met de tuba, maar uit goede bron, Soike Wouters, vernam ik dat hij als jonge muzikant begon met klarinet. Maar, volgens Jefke, de toenmalige dirigent, paste dat instrument niet in de fanfare, dus leerde onze Rist sopraansax. Hierna schakelde hij dus over naar de tuba voor z’n verdere muziekcarrière.
Op 26 november 1956, zestig jaar geleden, trouwde onze Rist met zijn Manda. Manda, die we hier toch ook willen vernoemen en in de hulde betrekken. Ook zij is sinds toen haar hele leven met de fanfare getrouwd, Ze was wel geen muzikant, maar wel altijd bezig achter de schermen, steeds als er een helpende hand welkom was. Bovendien is zij degene geweest die onze Rist elke dag heeft aangehoord (samen met hun buren, veronderstel ik): want oefenen deed Rist onnoemelijk veel, toonladders, op en af, tot vervelens toe. Manda heeft hem altijd gesteund.

Rist zijn ijver en zijn goesting voor muziek toonden zich ook toen hij elke dag de baan op was met zijn transportbedrijf: dag en nacht weg. Maar elke donderdagavond trouw present met zijn tuba op de repetitie van de fanfare. Zijn goesting (liefde?) voor de muziek bleef niet beperkt tot het zelf muziek studeren en spelen, maar onze Rist deed met enthousiasme aan expansie. Tientallen en tientallen jongeren heeft hij geronseld en zelf de muziek bijgebracht: voor de repetities, zaterdags in het chauffagekot, zondags samen met Jefke en enkele anderen in het jongensschool. Hij richtte daar niet enkel de muziekschool op, maar was ook oprichter van het orkest ‘De Meteors’. Dat orkest had zelfs een eigenste zanger: Willy Napoli. Zotte toestanden in Gelrode. Van hier naar ginder voerde Rist de muzikanten in zijn Scania Vabis: alles deruit, stoelen en muzikanten derin en op verplaatsing, van bal naar bal.

Behalve lieve echtgenoot, goede bedrijfsleider, energieke muzikant, bevlogen leraar muziek en dirigent van tijd tot tijd, bleek hij ook talent te hebben als architect en timmerman… Waarvan ons huidig fanfarelokaal het resultaat is. 32 jaar ongeveer staat het er nu, ons kiekeskot, zoals het door sommigen liefdevol genoemd wordt. Door de handenarbeid van onze Rist met zijn kompanen.

Dan blijkt hij ook nog koeientemmer geweest te zijn, heb ik mij laten vertellen. Elk jaar opnieuw is onze Rist door het oog van de naald gekropen, heeft hij zijn leven geriskeerd, wanneer de vaars werd geslacht voor ons jaarlijks teerfeest. Ik probeer het me voor te stellen: Rist die de koe bij de horens vat, het arme beest in een wurggreep, koppig hoofd van Rist tegen angstig hoofd van de koe op Rist z’n schouder, en dan, ogen toe, een kort schietgebedje, en de slager die met een welgemikte mokerslag – puntmoker van 5kg – dat ene juiste hoofd een dreun geeft. Koe en Rist vallen omver, een die niet meer opstaat, en Rist die rechtkrabbelt, de doodsangst nog nazinderend, maar weer verzekerd van een feestmaal en gerust tot volgend jaar…

Nog tientallen anekdotes zijn er te vertellen over Rist en zijn Manda, maar er moet vanavond muziek gespeeld worden. Ik sluit dus af met een korte persoonlijke boodschap aan Rist.

Rist, ik wil je dankjewel zeggen. Je bent er al heel mijn fanfareleven geweest, ik leerde je kennen toen ik een jaar of acht, negen was, en dat is toch al meer dan zo’n twee decennia geleden. Ik heb in jou een soort van tweede opa in de fanfare gevonden, iemand die me altijd enthousiast begroette, tijd had voor een praatje, voor een grapje, voor een vriendelijk woord. Van hetzelfde geboortejaar als mijn oma trouwens, dat schept een band Als jij er donderdags niet bent, wat niet gauw voorvalt, dan ben ik ongerust.
Samen met mij, willen de dirigent en alle muzikanten jou een warm dankjewel geven voor 73 jaar trouwe dienst in de fanfare. Daarom dragen we dit concert op aan jou en Manda. Speel nog een keer mee, geniet ervan, en wij hopen dat we je nog vaak mogen verwelkomen op donderdagavond of tijdens concerten en evenementen. Dankjewel en proficiat!

  • door Lenthe Goossens
Advertenties